Deel dit bericht via:

28-02-2021

Pascale

4 jaar vrijwilliger, Tele-Onthaal Oost-Vlaanderen


Mijn nachtbeurt zit er op. Daarnet heb ik voor mezelf een reflectie neergeschreven van één van die gesprekken. Dat is noodzakelijk, voor mezelf.

Er komt veel op ons af als Tele-Onthaal vrijwilliger, en dan heb je af en toe eens nood om jezelf het gesprek eens voor te leggen: ‘Had ik niet beter langer gewacht om zelf iets in te brengen?’, of ‘Heb ik de oproeper zijn hulpvraag wel goed begrepen?’ of ‘Ik merk nu achteraf dat ik iets over het hoofd gezien heb tijdens het gesprek, iets dat mogelijks van belang was voor de oproeper…?

Maar positieve reflecties voeden even goed mijn animo om mijn engagement verder op te nemen: bijvoorbeeld‘Opvallend hoe mild de oproeper reageerde als ik hem op een tegenspraak wees’; of‘Wat een geluk had ik daarnet, door intuïtief het gesprek op een onderwerp te brengen dat de oproeper wel aansprak’ of ‘ Hier kon ik wel goed op ingaan, ik ken de problematiek vrij goed vanuit mijn werkervaring…’.

Wat zat er de voorbije nacht in de korf? Ik neem er lukraak een paar zaken uit.

Dat er regelmatig een link wordt gelegd naar de corona-beperkingen is geen verrassing.

Ik heb een vrouw aan de lijn die twijfelt of ze kan ingaan op een vacature bij een interimkantoor.

Als ik blijf luisteren zonder direct een advies te geven, krijg ik haar context te horen en dan krijgt die twijfel pas zijn urgente betekenis: “Ik ben ongerust; ik kreeg nog geen antwoord”; “Ik ben al heel lang op ziekteverlof”; “Ik heb schrik dat het me niet genoeg structuur zal geven, want ik heb dat nodig heb om mentaal overeind te blijven”; en “Zal ik af te toe ook wat flexibiliteit krijgen om mijn zoon op te vangen, want die heeft een mentale beperking…?”

Ik heb een jonge man aan de lijn die het niet erg zou vinden moest hij nu in slaap vallen en straks niet meer wakker worden.

Hij spreekt over zijn alcohol misbruik en over zijn cannabisgebruik. Daar ga ik niet belerend op focussen. Ik hoor wel dat hij nog thuis woont bij zijn ouders en hij noemt dat‘overleven’. Als ik vraag wat hij dan mist om er een leven voor zichzelf van te maken, dan spreekt hij over ‘meer flexibiliteit voor mijn denken en gevoelens’.

Ik begrijp dat niet goed maar geef hem toch een voorzet: “Heb je zelf al een stap gezet in die richting?”. Ik krijg een schuchter antwoord, maar het is iets en ik bevestig het expliciet: “Goed dat je die eerst stap gezet hebt!”. Het gesprek licht wat op.

Een man belt vanuit een psychiatrische instelling:

“Ik kon het niet meer aan alleen op mijn studio. Ik miste al die bezigheden die mijn aandacht afleiden. Door de corona-beperkingen kon ik nergens naartoe, ik kon ook niet meer beroep doen op het mobiele team om me thuis wat mentale ondersteuning te bieden. Dat is allemaal weggevallen. Ik heb me hier laten opnemen, maar hoop vurig dat ik terug kan naar mijn studio. Ik wil het zelfstandig wonen niet opgeven, maar nu was het mij teveel”.

“Ik voel me feitelijk gescheiden” zegt een jonge vrouw.

“Mijn man is voor een langere periode in het buitenland, ik heb een klein kindje, ik heb een contactberoep waardoor ik het al een jaar niet meer kon uitoefenen. Maar vooral: ik heb hoofdpijn, ik weet niet of het van de spanning is, of dat er is iets neurologisch aan de hand is.De dokters weten het niet; maar de pijn is er voortdurend…”.Eenvrouw wikt en weegt haar woorden; ik luister. Ze bedankt uitvoerig dat ze hier midden in de nacht iets kwijt kan dat ze eigenlijk niet durft zeggen.

Ik luister.Het mag, dingen zeggen die op het eerste zicht onlogisch lijken. Uiteindelijk stelt ze haar probleem: “ik ben enorm dankbaar voor alle hulpverlening die ik al gekregen hebben, ik heb eigenlijk niet te klagen, maar …het houdt me niet staande”.

Voel ik een verschil met oproepen van vòòr of in het begin van de corona-pandemie? Eigenlijk niet.

Het keurslijf waarbinnen mensen hun leven moeten leiden is beperkter geworden, dat is zeker. Maar de problematieken waar ze mee worstelen overstijgen dat.

Wat ik wel ervaar is de nood om daar nu uitdrukking aan te geven, bijna een verantwoording om de impasse waarin ze verkeren, eens aan de telefoon uit de doeken te kunnen doen.


*Om de anonimiteit van oproeper én vrijwilliger te bewaren, werden alle herkenbare of gevoelige gegevens in deze getuigenis weggelaten, aangepast of veranderd. Elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval.
>